Scheidsrechtersvereniging Almelo en Omstreken is een sportvereniging voor en door voetbalscheidsrechters in Twente. We zijn aangesloten bij de COVS.
Meer weten? Mail ons: info@saoalmelo.nl of vul het contactformulier in.
Spelregelquiz
Vragen ronde 5, september 2010:
Alleen antwoorden die voor 1 oktober 2010 zijn ingestuurd doen mee voor het eindklassement.
1. Een speler van de verdedigende partij gooit een scheenbeschermer tegen de bal, die daardoor naast in plaats van in het doel gaat. De scheidsrechter onderbreekt het spel en zendt de betreffende speler van het speelveld. Hoe dient hij het spel nu te laten hervatten? a) Met een hoekschop. b) Met een strafschop. c) Met een indirecte vrije schop. d) Met een scheidsrechtersbal. 2. Terwijl het spel “dood” is, beledigt een wisselspeler vanuit de dug-out de scheidsrechter. Wat moet de scheidsrechter beslissen? a) Hij geeft opdracht om de wisselspeler achter de afrastering te laten plaatsnemen. b) Hij stuurt de wisselspeler van het veld door het tonen van de rode kaart. c) Hij geeft de wisselspeler een waarschuwing door het tonen van de gele kaart. d) Hij geeft de wisselspeler een vermaning. 3. Voor een bepaalde overtreding wordt een indirecte vrije schop toegekend. Dit is een juiste beslissing. De scheidsrechter geeft een fluitsignaal, maar vergeet zijn arm omhoog te steken. De bal wordt vervolgens direct in het doel van de tegenpartij geschoten. Welke beslissing neemt de scheidsrechter, als hij zijn fout bemerkt? a) Doelpunt toekennen. b) De vrije schop wordt overgenomen, nadat de scheidsrechter heeft laten weten dat hij verzuimd heeft zijn arm omhoog te steken. c) Doelschop. d) Indirecte vrije schop voor de tegenpartij op dezelfde plaats waar de eerste schop werd genomen. 4. Een inwerpende speler laat de bal per ongeluk vallen. De scheidsrechter ziet dit. De bal komt bij een tegenstander terecht. Hoe reageert de scheidsrechter? a) Hij laat doorspelen, omdat hij de voordeelregel toepast. b) Hij onderbreekt het spel en laat de tegenpartij inwerpen. c) Hij onderbreekt het spel en laat dezelfde partij opnieuw inwerpen. d) Hij onderbreekt het spel en hervat het spel met een scheidsrechtersbal. 5. Bij een inworp gaat een tegenstander voor de inwerpende speler staan, om het inwerpen te belemmeren. Hoe reageert de scheidsrechter? a) Hij laat dit toe als de tegenstander stil staat en niet schreeuwt. b) Hij laat dit toe als de tegenstander stil staat, niet schreeuwt en binnen het speelveld blijft. c) Hij laat dit niet toe en geeft de tegenstander de opdracht om op de vereiste afstand (2 meter) te gaan staan.


